Eetstokjes

We zaten om de grote, ronde tafel in het huis waarin ik vroeger woonde. Al mijn Chinese ooms en tantes waren er, en ook wat neefjes en nichtjes. Ik was voor het eerst terug in Singapore, met mijn Nederlandse vriend.

De tafel stond vol met schalen groente en vlees. Iedereen had zijn eigen rijstkom. In Nederland had ik ook wel met eetstokjes gegeten, maar het had geen vork-en-mes-vanzelfsprekendheid. Ik probeerde wat sliertjes groente te pakken, maar die vielen al snel tussen mijn verlengde houterige vingers op tafel.

We lachten.

Mijn neefje deed het voor: hij pakte zijn rijstkom in zijn linkerhand, hield deze bij de schaal en met zijn rechterhand schepte hij – razendsnel – met zijn eetstokjes groente op zijn rijst. Hij knikte naar me, met een minieme buiging van zijn hoofd. Nu ik. Rond de tafel klonken bemoedigende klanken toen ik hem nadeed. Het ging, zonder geknoei.

Toen stonden twee van mijn tantes op, wezen naar mijn vriend en liepen naar de keuken. Mijn oom riep in het Chinees instructies naar de keuken. Een hoop kabaal en Chinees kwamen als antwoord terug. Het klonk opgewekt. Toen mijn tantes terugkwamen, gaven ze mijn vriend een vork en lepel. Hij lachte opgelucht.

Onderweg

In avondjurken giechelen ze
door de open taxiramen
zwermen de klanken
de lucht in

Scheldende auto’s
vormen een rij tot
een riksja ze
lachend langszij neemt

De oprijlaan is vol airco’s
daartussen stappen zij niet uit
Jaren later zijn ze
altijd nog onderweg